Tussenschoolse opvang valt niet onder de wet kinderopvang en hoeft daardoor niet aan de eisen te voldoen waar voorschoolse en naschoolse opvang wel aan dienen te voldoen. Hierdoor kan de kwaliteit van de TSO nog wel eens wat te wensen overlaten, maar er zijn ook al best practices bekend van scholen die juist extra aandacht hebben besteed aan de TSO.

TSO en scholing.

Met ingang van 1 augustus 2011 moet ten minste de helft van degenen die met het toezicht op de leerlingen worden belast een scholing hebben gevolgd op het gebied van het overblijven. Bevoegde gezagsorganen zijn zelf verantwoordelijk voor het opleiden van hun de overblijfkrachten via de lump sum.
Het is verstandig om bij scholing te anticiperen op mogelijke combinatiefuncties, omdat bijvoorbeeld Sociaal Pedagogisch Werk 3 (SPW3) vereist is voor het werken in de kinderopvang of als klassenassistent. 

Tussenschoolse opvang kan door eens school zelf georganiseerd worden maar ook worden uitbesteed, het kan een vrijblijvende keuze zijn voor alle kinderen, maar ook verplicht zijn als de school werkt met een continurooster. Er zijn verschillende scenario’s te schetsen. Binnen een bestuur kunnen scholen, op basis van het beleidsplan en de gestelde kaders hierin, zelf kiezen tussen uitbesteden of in eigenbeheer uitvoeren of een combinatie hiervan.

TSO met vrijwilligers.

Als een school ervoor kiest om het overblijven deels te laten uitvoeren door vrijwilligers (over het algemeen ouders) is het verstandig om als schoolbestuur een overblijfcoördinator aan te wijzen. Deze coördinator heeft een groot aantal taken: het voeren van de administratie, het innen van betalingen, vrijwilligers werven, roosters maken en fungeren als aanspreekpunt voor de directeur, het team, de ouders, de overblijfkrachten en de kinderen. Het is raadzaam een overblijfwerkgroep of -commissie in te stellen om de coördinator te begeleiden. De werkgroep kan bestaan uit de overblijfcoördinator zelf, de school- of locatiedirecteur, een ouder en een leerkracht. Eventueel kan deze groep een deel van de taken op zich nemen. Steeds meer scholen gaan ertoe over om de overblijfcoördinator in dienst te nemen, vanwege de zwaarte van de functie. De coördinator draait meestal zelf mee als toezichthouder tijdens de middagpauze. Op veel scholen worden vaste mensen op vaste dagen ingezet. Zij zijn gemiddeld twee keer per week beschikbaar. Op die manier hoeven kinderen niet steeds aan nieuwe gezichten te wennen. De tso medewerkers registreren de aanwezige kinderen, houden toezicht, zorgen dat het lokaal netjes blijft en innen soms de ouderbijdrage. De vrijwilligers krijgen een vergoeding die onbelast is en dus niet bij de belastingdienst opgegeven hoeft te worden. Deze vergoeding is maximaal € 150,- per maand en € 1500,- per jaar, inclusief reiskosten en andere vergoedingen. Geef de TSO organisatie een duidelijke plek in de school, zodat zowel ouders, leerkrachten als overblijfkrachten zelf met een positieve attitude aan de TSO denken.Uiteraard blijft ook in deze situatie het schoolbestuur verantwoordelijk voor de gang van zaken. Het bestuur sluit een WA-verzekering af voor de overblijfkrachten indien er niet gekozen is voor een aparte Stichting of Vereniging van ouders. Het bestuur zal in veel gevallen jaarlijks een verantwoording willen ontvangen van de schoolleiding.

 

Een interessante organisatievorm voor de TSO is het onderbrengen van de overblijf in een aparte Stichting of Vereniging van ouders of de school. Hiermee wordt een duidelijke verantwoordelijkheid gemandateerd aan een organisatie die toch dicht bij de ouders en de school staat. De voordelen van het onderbrengen van de overblijf in een aparte Vereniging of Stichting van ouders is groot.

  • De verantwoordelijkheden liggen namelijk bij de uitvoerende organisatie. Het bestuur wordt niet direct aangesproken bij ‘normale incidenten'. Alleen bij verwijtbaar negeren van voortdurende signalen van structurele voorvallen kan een bestuur hierop aangesproken worden.
  • De financiën blijven helder en overzichtelijk. Zo komt men er sneller toe een budget voor een bepaalde termijn af te dragen en komt de penningmeester minder snel in de verleiding om vanwege liquiditeitsbeheer de TSO gelden langer vast te houden of voor andere doelen te gebruiken. Ook is het zo dat in een aparte organisatie men het direct merkt als de inkomsten te laag zijn voor de uitgaven, of de inkomsten meer uitgaven mogelijk maken.
  • De inzet van ouders als vrijwilliger kan beter gestimuleerd worden omdat de eigen verantwoordelijkheid duidelijker is. Als de organisatie onder het bestuur valt kan er sneller gemakzucht ontstaan dat de school het wel regelt.
  • Wat ook een erg belangrijk punt is dat een aparte vereniging of stichting een goede opstap kan zijn voor het uiteindelijk in eigen beheer nemen van de verzorging van voor- en/of naschoolse opvang.

 

TSO uitbesteden.
Een school kan ervoor kiezen het overblijven uit te besteden aan een professionele organisatie. In de eerste plaats is het gemakkelijk, doordat het de verantwoordelijkheid voor een aantal zorgen uit handen neemt. Het schoolbestuur blijft wel eindverantwoordelijk, tenzij anders is overeengekomen. Ook kan het een stuk aanzien opleveren, omdat het professioneel geregeld is of lijkt te zijn. Feit is wel dat deze vorm van TSO organiseren vaak een stuk duurder is en omdat TSO niet onder de wet kinderopvang valt, kunnen ouders hier ook geen toeslag voor aanvragen.  Er zijn reguliere instellingen voor kinderopvang die als nevenactiviteit de tussenschoolse opvang (geheel of gedeeltelijk) verzorgen. De regels van de kinderopvang gelden echter niet voor overblijven, ook al voert de kinderopvang de voorziening uit. Naast reguliere instellingen zijn er organisaties die zich uitsluitend richten op tussenschoolse opvang. Maar dat zijn er nog niet veel, want het overblijven uitbesteden is nog een redelijk nieuwe markt.

De professionals kunnen de school veel werk uit handen nemen. Als ze de overblijf geheel verzorgen, nemen ze alle bijbehorende taken over: de administratie, de inning van betalingen, vrijwilligers werven, roosters maken en fungeren als aanspreekpunt voor de directeur, het team, de ouders, de overblijfkrachten en de kinderen.
Het nadeel van uitbesteden is zoals eerder al gezegd dat het over het algemeen een stuk duurder is dan in eigen beheer overblijf organiseren. Als een school de overblijf uitbesteedt aan derden gaat in de regel de ouderbijdrage omhoog. Een organisatie vraagt minimaal € 2,20 per kind per dag, maar soms aanzienlijk hogere bedragen, afhankelijk van de grootte van de school en de plaatselijke situatie. Als ouders gewend zijn € 1,50 te betalen voor een overblijf die gerund wordt door vrijwilligers, is de prijsverhoging dus minimaal € 0,70 per dag. Het is verstandig om de tarieven als bijlage aan het contract toevoegen zodat het contract niet veranderd hoeft te worden bij tariefswijzigingen.

Bepaalde zaken moeten in de gaten worden gehouden als Scholen samenwerken met en organisatie die de TSO organiseert:

  • Zet alle afspraken met de TSO organisatie op papier en bewaak de naleving ervan. (bijv. zijn er niet voldoende overblijfkrachten of valt er plotseling iemand uit, dan is de organisatie daar volledig verantwoordelijk voor)
  • Zorg dat in deze afspraken naast een overeenkomst met de school ook een overblijfprotocol staat dat aansluit op het beleidsplan van de school.
  • Heb kennis van de zakelijke overeenkomst die de TSO met de ouders sluit.
  • Bij de overgang van eigen beheer naar uitbesteden neemt de nieuwe aanbieder de overblijfkrachten in dienst. Let hierbij bij goed op dat de overgang van de huidige vrijwilligers in de nieuwe organisatie naar tevredenheid kan verlopen en deze krachten mogelijk een dienstverband kunnen krijgen.
  • Maak duidelijke afspraken over scholing.

Continurooster

Er zijn diverse scholen die Tussenschoolse opvang minimaliseren door het rooster zodanig aan te passen dat er maar 45 minuten pauze is. Vaak is hiervan een kwartiertje lunchpauze. Daarbij is dan ofwel een overblijfkracht, ofwel een leerkracht aanwezig. Met leerkrachten kan men dit regelen door aanpassing van het taakbeleid en wisselende inzet bij pauzewacht. Het ritme van kinderen wordt bij een continurooster minder onderbroken. Ouders kiezen soms bewust voor een school die een continurooster heeft. Onderzoek onder ouders kan een belangrijke graadmeter zijn om te kijken of hier mogelijkheden voor zijn. Indien ouders een continurooster wensen is het wel zaak dat de leerkrachten hiervan het belang onderkennen omdat van hen een belangrijke inzet kan worden gevraagd. Er is onder schoolteams vaak minder draagvlak voor een continurooster, in verband met de extra belasting.
 

Visie op TSO
Bij beide vormen van TSO is het belangrijk als school te weten waar men voor staat. Door een aantal punten in kaart te brengen wordt het eenvoudiger om afspraken te maken met de aanbieder bij uitbesteden. Ook is een school verplicht in de schoolgids aandacht te besteden aan de organisatie van TSO, waarbij duidelijk moet worden gemaakt hoe men de minimale kwaliteitseisen hanteert en interpreteert. Eigen beheer of uitbesteden, scholen hebben een visie op TSO nodig.

Kwaliteit:

  • omgang met de kinderen
  • opleidingseisen overblijfkracht
  • Verklaring goed gedrag overblijfkracht
  • regels tijdens het overblijven
  • bezettingsgraad overblijfkrachten
  • overblijfruimte
  • veiligheid
  • spelmateriaal
  • eten en drinken

Financiën:

  • hoogte ouderbijdrage
  • vergoeding overblijfkrachten

Organisatie:

  • professioneel of vrijwilligers
  • in welke situaties beslist de school of het bestuur

Uitvoering na besluit:

  • zet de afspraken op papier in een overblijfprotocol
  • neem de afspraken met de kinderen door

Ruimte van de TSO

Waar leerlingen tijdens het overblijven in de school de boterham opeten maakt verschil op meerdere fronten: communicatie, hygiëne, overdracht, gevoelsbeleving,  roosters/tijdschema's.  Het overblijven in de eigen klas is voor veel scholen een noodzakelijke keus, omdat er geen andere ruimte geschikt blijkt of lijkt. Veel leerkrachten hebben hier vaak moeite mee, omdat ze dan geen eigen pauzeruimte hebben waarin ze nog even wat kunnen verwerken of voorbereiden voor het volgende lesuur. Daarnaast levert dit ook onrust op omdat leerlingen er vaak eigenlijk uit willen maar dat toch niet kunnen omdat ze in het lokaal moeten blijven waar ze al de hele dag zitten. Ook komt het voor dat een situatie ontstaan is waarin leerkrachten hun eigen klaslokaal volledig voor zichzelf hebben en dat de overblijfkrachten zijn aangewezen op de gangen of een (te) drukke aula. Veel scholen zorgen dan voor de noodzakelijke afwisseling door (al dan niet afwisselend in verband met de beschikbare ruimte) leerlingen een gedeelte van de tijd naar buiten te laten gaan en buiten te laten spelen, of in de aula of gymzaal te laten verblijven. 

De keuze voor en vorm van de ruimte raakt allerlei andere facetten van de overblijf. Zo kan de TSO in het klaslokaal voor overblijfkrachten moeilijk zijn omdat deze dan eerder te gast zijn in het lokaal van de kinderen en dan ook sneller gezien worden als ‘de moeder van’. Als overblijfkrachten in een eigen ruimte de overblijf kunnen organiseren zijn ze in de ogen van leerlingen eerder een volwaardige juf. Dat is enigszins te benaderen door leerlingen eerst naar buiten te laten gaan met de overblijfkrachten en dan pas de lunchpauze in het eigen klaslokaal te laten genieten. Of een combinatie van de aula, een paar klaslokalen uit een bepaalde vleugel (of wisselend) en het naar buiten gaan.

Het gegeven van het te gast zijn lijkt ook een andere kant te hebben, namelijk dat de overblijfkracht bij een probleem de leerkracht er sneller bij betrekt omdat deze probleemeigenaar is en de deskundige. Dat ligt dus niet alleen aan de competenties van de overblijfkracht, waarop je ook met intervisie en scholing kunt sturen, maar ook aan dit soort verhouding. Duidelijke communicatie hierover, een competente overblijfcoördinator en respect van leerkrachten voor overblijfkrachten kan zorgen voor het nodige respect van de kant van leerlingen. Doordat de leerkracht de meester is van de ruimte blijft de overblijfkracht te gast. Dit vraagt om gepaste afstemming tussen overblijfkrachten en leerkrachten. De schoolleider kan hierin het initiatief nemen door een vertegenwoordiging van de overblijfkrachten in het reguliere overleg op te nemen. Verschillende keuzes hebben hun eigen voor- en nadelen.